Nederlands English Turks Arabisch
HELIUS bedankt de volgende organisaties voor hun medewerking:

Ujala Radio, GAM TV, Soulhour TV, Quason K. Media Ministeries, Radio Godiya, Adom TV, Recogin, Akasanoma Radio, Ghanaian churches, Stichting de Witte Tulp, Stichting Cabo, Stichting Sanitas, Stichting Hakder, HTDB, AKM, ATKB, Elif: stichting voor Turkse vrouwen, HDV Mescida Aksa, Milli Görü? jongerenfederatie, Buurtparticipatie Bos en Lommer, Stichting Surinaamse vrouwen Bijlmermeer, Vaidiek Arya Samaj Amsterdam, Natraj TV Network

Resultaten

Hieronder vindt u resultaten van een deel van de HELIUS publicaties. Een overzicht van alle HELIUS publicaties vindt u hier.

 

Het meten van depressieve klachten in HELIUS

Eerder HELIUS onderzoek liet zien dat depressieve klachten (veel) vaker voorkomen bij mensen met een Turkse, Marokkaanse, Ghanese, Creools-Surinaamse en Hindoestaans-Surinaamse achtergrond dan bij mensen met een Nederlandse achtergrond. Depressieve klachten werden in HELIUS gemeten met een vragenlijst van 9 vragen. Tot nu toe wisten we echter niet zeker of deze groepen daadwerkelijk zoveel vaker depressieve klachten hebben, of dat dit misschien komt doordat zij de 9 vragen in de depressievragenlijst anders invullen dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Zo is er een vraag over somberheid in de vragenlijst. Het zou kunnen zijn dat iemand met een Nederlandse afkomst onder somberheid iets anders verstaat dan iemand met bijvoorbeeld een Ghanese afkomst.  Daarom hebben we hier onderzoek naar gedaan.

De conclusie van dat onderzoek is dat de manier waarop deze 9 vragen depressie meten, in elke bevolkingsgroep hetzelfde is. Ook bleek het niet uit te maken of HELIUS deelnemers de vragen in het Engels, Turks of Nederlands invulden, of dat zij het op papier of via internet invulden. Deze resultaten zijn aan de ene kant geruststellend: de vragenlijst die we gebruikt hebben is goed. Aan de andere kant is het zorgelijk dat de grote verschillen in depressiescores tussen bevolkingsgroepen duiden op werkelijk bestaande verschillen in depressieve klachten. Verder onderzoek naar de oorzaken van deze verschillen is dus nodig.

Referentie: H Galenkamp, K Stronks, MB Snijder, EM Derks. Measurement invariance testing of the PHQ-9 in a multi-ethnic population in Europe: the HELIUS study. BMC Psychiatry (in press).

 

Vetzuren en diabetes

Het HELIUS onderzoek liet eerder zien dat diabetes (suikerziekte) veel vaker voorkomt onder bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond (Creoolse Surinamers, Hindoestaanse Surinamers, Ghanezen, Turken, Marokkanen) dan onder mensen met een Nederlandse achtergrond. Uit ander onderzoek weten we dat zowel het type vet als de hoeveelheid vet die mensen eten een rol kan spelen bij het ontstaan van diabetes. In het bloed bevinden zich zogenaamde ‘cholesteryl ester vetzuren’, die een afspiegeling vormen van het type en de hoeveelheid vet die iemand gegeten heeft.

Wij vonden in HELIUS dat cholesteryl ester vetzuren inderdaad samenhangen met het hebben van diabetes. Ook vonden we dat er verschillen zijn in cholesterol ester vetzuren tussen bevolkingsgroepen. Maar, juist die bevolkingsgroepen waarin diabetes veel voorkomt (bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond), bleek het type en hoeveelheid juist relatief gunstig.  De onderzochte vetzuren kunnen dan ook niet verklaren waarom sommige bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond vaker diabetes hebben.

Referentie: M Muilwijk, C Celis-Morales, M Nicolaou, MB Snijder, JMR Gill, IGM van Valkengoed. Plasma cholesteryl ester fatty acids do not mediate the association of ethnicity with type 2 diabetes: results from the HELIUS study. Mol Nutr Food Res (in press).

 

Suiker, vet en depressieve klachten

Uit eerder onderzoek weten we dat als mensen veel suiker en vet eten, dit de kans op het krijgen van een depressie verhoogt. Veel suiker en vet eten is kenmerkend voor wat vaak een ‘Westers’ voedingspatroon wordt genoemd, bestaande uit fast food, suiker- en vetrijke snacks, frisdrank, en rood en bewerkt vlees.

Het zou goed zijn als we weten of het Westers voedingspatroon vooral de kans op een depressie verhoogt vanwege het vele suiker, OF vanwege het vet. Als we dat weten, dan kunnen we specifiekere voedingsadviezen geven om depressie te voorkomen.

We hebben dit in HELIUS onderzocht door drie verschillende voedingspatronen te onderscheiden. Het eerste voedingspatroon bevat vooral veel suiker, met hoge innames van frisdrank, suiker, fruit en vruchtensappen. Het tweede voedingspatroon bevat vooral veel vet, met hoge innames van boter en volle melkproducten. Het derde voedingspatroon bevat zowél veel suiker als veel vet, met hoge innames van vet- en suikerrijke snacks, rood vlees, suiker, volle melkproducten, gefrituurd eten en romige sauzen. Gebleken is dat juist de mensen die dit gecombineerde suiker- en vetrijk voedingspatroon eten meer depressieve klachten hebben dan degenen die of alléén een suikerrijk of alléén een vetrijk voedingspatroon eten. Op basis van dit onderzoek concluderen we daarom dat het terugdringen van zowel suiker als vet in iemands voedingspatroon belangrijk is om een depressie te voorkómen.

Referentie: E Vermeulen, M Nicolaou, M Visser, IA Brouwer, MB Snijder, AH Schene, A Lok, J de Vries, K Stronks. A combined high-sugar and high-saturated fat dietary pattern is associated with more depressive symptoms in a multi-ethnic population: the HELIUS study. Publ Health Nutr 2017;20:2374-2382.

 

Voedingsinname en hartvaatziekterisico in Javaanse en Hindoestaanse Surinamers

Een deel van de Surinaamse bevolking die in Nederland woont is oorspronkelijk afkomstig uit Azië. Dit geldt voor de Javaans-Surinaamse bevolking (Indonesië), en de Hindoestaans-Surinaamse bevolking (India). Wij hebben onderzocht of en hoe beide groepen verschillen in het risico op hart- en vaatziekten (HVZ), en in hun voedingspatroon.

In beide bevolkingsgroepen vonden we dat risicofactoren voor hart- en vaatziekten veel voorkomen. Bijvoorbeeld 4 op de 10 mensen heeft een hoge bloeddruk. Hindoestaanse Surinamers hebben echter vaker diabetes, en hebben vaker een hart- of vaatziekte gehad, dan Javaanse Surinamers.

We vonden ook verschillen in de inname van voedingsmiddelen die belangrijk zijn voor hart- en vaatziekten. Javaanse Surinamers eten vaker rood vlees (verhoogt risico op HVZ), maar eten meer groenten (verlaagt risico op HVZ) dan Hindoestaanse Surinamers. Beide bevolkingsgroepen hebben een hoge inname van suikerhoudende dranken (verhoogt risico op HVZ), in vergelijking met bijvoorbeeld de Nederlandse bevolking.

Verschillen in gezondheid tussen de groepen kunnen een gevolg zijn van de verschillen in voeding, maar ook van verschillen in andere leefstijl factoren (roken, alcohol, beweging). De bevindingen van deze studie onderstrepen het belang van het maken van onderscheid naar afkomst in de preventie van HVZ.

Referentie: Q Raza, MB Snijder, JC Seidell, RJ Peters, M Nicolaou. Comparison of cardiovascular disease risk factors and dietary patterns between Javanese Surinamese and South-Asian Surinamese in the Netherlands. The HELIUS study. BMC Res Notes 2017;10:23.

 

Zitgedrag van Amsterdammers

Het wordt steeds duidelijker dat langdurig zitten slecht is voor de gezondheid. In HELIUS hebben we onderzocht welke Amsterdammers meer of juist minder zitten. Als er verschillen zijn tussen bevolkingsgroepen, dan kan dit mogelijk verklaren waarom sommige bevolkingsgroepen meer en andere groepen minder risico hebben op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten.

Voor dit onderzoek hebben bijna 500 HELIUS deelnemers een apparaatje gedragen waarmee hun zitgedrag werd gemeten. Daaruit bleek dat de deelnemers gemiddeld meer dan tien uur per dag zitten. We vonden geen verschil tussen de verschillende bevolkingsgroepen; alle  bevolkingsgroepen zaten gemiddeld evenveel.

Dit was een kleine studie, dus we kunnen geen harde conclusies trekken. Maar het lijkt erop dat zitgedrag geen belangrijke verklaring vormt voor  gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen.

Referentie: A Loyen, M Nicolaou, MB Snijder, RJG Peters, K Stronks, LJ Langøien, HP van der Ploeg, J Brug, J Lakerveld. Obejectively measured sedentary time among five ethnic groups in Amsterdam, the HELIUS study. PLOS One 2017;12:e0182077.

 

Opleidingsniveau en het risico op hart- en vaatziekten

Eerder onderzoek onder de bevolking van Europese afkomst heeft laten zien dat mensen met een lagere opleiding een hogere kans hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten dan mensen met een hogere opleiding. Dit komt bijvoorbeeld doordat mensen met een lage opleiding vaker last hebben van een hoge bloeddruk en/of een hoog cholesterol (een hoog vetgehalte in het bloed).

Uit HELIUS onderzoek blijkt echter dat dit niet in alle bevolkingsgroepen zo is. Vooral bij mensen van Ghanese en Marokkaanse afkomst hebben mensen met een hoge opleiding net zoveel kans op het krijgen van hart- en vaatziekten als mensen met een lage opleiding.

Dit is belangrijk om te weten voor de gezondheidszorg. Zo is het in de bevolking van Nederlandse afkomst belangrijk dat (huis)artsen extra goed letten op de bloeddruk en het cholesterol bij mensen met een lage opleiding. Onze resultaten laten zien dat met name in de Ghanese en Marokkaanse bevolking dit onderscheid tussen hoog en laag opgeleiden niet gemaakt moet worden.

Referentie: W Perini, C Agyemang, MB Snijder, RJG Peters, AE Kunst. Ethnic disparities in educational and occupational gradients of estimated cardiovascular disease risk. The HELIUS study. Scand J Public Health 2017 [Epub ahead of print].

 

Discriminatie, roken en alcoholgebruik

Meer roken en meer alcohol drinken kan een manier zijn om met stress (bijvoorbeeld door discriminatie) om te gaan. Daarom hebben we in HELIUS onderzocht of mensen die discriminatie ervaren vanwege hun afkomst, meer roken en alcohol drinken dan mensen die geen discriminatie ervaren. Wij vonden dat dit inderdaad zo was voor mensen van Creools-Surinaamse en Ghanese afkomst. Maar dit bleek niet zo te zijn voor mensen met Hindoestaans-Surinaamse, Turkse of Marokkaanse afkomst. Deze resultaten suggereren dat verschillende bevolkingsgroepen verschillend omgaan met discriminatie vanwege hun afkomst.

Dit zou kunnen komen door drie dingen:

1. in sommige bevolkingsgroepen is alcoholgebruik en roken niet geaccepteerd, bijvoorbeeld samenhangend met religie. Die bevolkingsgroepen zijn mogelijk daardoor minder snel geneigd te roken of  alcohol te gebruiken als reactie op ervaren discriminatie.

2. sommige bevolkingsgroepen ervaren mogelijk discriminatie als minder stressvol dan andere.

3. in sommige bevolkingsgroepen zijn sociale netwerken sterker ontwikkeld dan in andere. Als mensen meer steun vanuit hun omgeving ervaren, kan hen dat beschermen tegen de negatieve effecten van discriminatie.

Meer onderzoek is nodig om deze mogelijke verklaringen te bevestigen.

Referentie: MJ Visser, UZ Ikram, EM Derks, MB Snijder, AE Kunst. Perceived ethnic discrimination in relation to smoking and alcohol consumption in ethnic minority groups in The Netherlands: the HELIUS study. Int J Public Health 2017 [Epub ahead of print].

 

Voedingspatronen en depressie

Er komt steeds meer bewijs dat voeding invloed kan hebben op het ontwikkelen van depressie. Zo blijkt uit eerder onderzoek dat gezonde mensen die veel groente, fruit, volkoren producten, vette vis en olijfolie eten minder vaak aan een depressie lijden. Mensen die veel frisdranken drinken, fast food en suiker- en vetrijke snacks eten lijden juist vaker aan een depressie. We weten ook dat depressie in bepaalde bevolkingsgroepen veel vaker voorkomt dan in andere, en dat groepen met een verschillende afkomst andere voedingsgewoonten hebben. Dit roept de vraag op of voeding een verklaring vormt voor het de hogere kans op depressie in bepaalde bevolkingsgroepen.

Uit ons onderzoek bleek net weer een ander voedingspatroon met depressie samen te hangen dan in eerder onderzoek het geval was: als mensen een voedingspatroon hebben met hoge innames van melkproducten, kaas, volkoren producten, groente, peulvruchten, noten, aardappelen en rood vlees, zagen we dat zij minder vaak depressie hebben. Toen we dit per etnische groep bekeken, zagen we dat dit alleen zo was bij deelnemers van Marokkaanse en Hindoestaans-Surinaamse afkomst. We weten niet precies waarom in de ene groep dit voedingspatroon wel met depressie samenhangt en in de andere groep niet. Het is belangrijk om meer onderzoek te verrichten in groepen met verschillende afkomst om meer inzicht te krijgen of voeding depressie kan verlagen in verschillende bevolkingsgroepen, of dat de richtlijnen voor goede voeding per bevolkingsgroep anders zouden moeten luiden.

Referentie: E Vermeulen. K Stronks, M Visser, IA Brouwer, MB Snijder, RJT Mocking, EM Derks, AH Schene, M Nicolaou. Dietary patterns derived by reduced rank regression and depressive symptoms in a multi-ethnic population: The HELIUS Study. Eur J Clin Nutr 2017;71:987-994.

 

Geschiedenis van hart- en vaatziekten in de familie

Mensen met hoge bloeddruk hebben een hoger risico op hart- en vaatziekten dan mensen met normale bloeddruk. Hartinfarct en beroerte zijn voorbeelden van hart- en vaatziekten. Het hebben van een hoge bloeddruk alleen is echter niet voldoende om het risico op die ziekten precies in te schatten: er zijn mensen met hoge bloeddruk die géén hartinfarct of beroerte krijgen. Er moeten dus ook andere factoren in het spel zijn.

Onderzoek met HELIUS gegevens laat zien dat ook een geschiedenis van hart- en vaatziekten in de familie belangrijk is voor iemands risico op hart- en vaatziekten. Mensen met een hoge bloeddruk die een familielid hebben (moeder of vader, broer of zus, zoon of dochter) die al vóór de leeftijd van 60 jaar een hartinfarct of beroerte  heeft gehad, hebben ook een hoge kans op een hartinfarct.  Zulke patiënten moeten dan mogelijk intensiever behandeld worden om een hartinfarct te voorkomen. Of een geschiedenis van hart- en vaatziekten in de familie onder mensen met een hoge bloeddruk ook het risico op een beroerte verhoogt, konden we niet vaststellen in dit onderzoek.  

Referentie: L Valerio, RJ Peters, AH Zwinderman, SJ Pinto-Sietsma. Association of family history with cardiovascular disease in hypertensive individuals in a multiethnic population. J Am Heart Assoc 2016;5:e004260.

 

Infecties met humaan papillomavirus (HPV) bij vrouwen

Infecties met het humane papillomavirus (HPV) zijn de oorzaak van baarmoederhalskanker. We kunnen op twee manieren infecties met HPV meten. Allereerst kan gekeken worden of er een HPV infectie in de vagina aanwezig is. Dat gaat dan om infecties die daadwerkelijk op dat moment aanwezig zijn. We kunnen ook kijken of er in het bloed antilichamen tegen HPV gevonden worden. Als die aanwezig zijn, dan betekent dat dat de vrouw ooit een infectie met HPV heeft gehad.

In dit onderzoek wilden we nagaan of vrouwen bij wie in het bloed HPV antilichamen zijn gevonden, ook vaker vaginale HPV infecties hadden. Dat bleek inderdaad het geval.  Andersom vonden we dat vrouwen met een vaginale HPV infectie ook vaker HPV antilichamen in het bloed hadden. We vonden dit voor alle vrouwen, ongeacht hun afkomst.

Referentie: A Kovaleva, CJ Alberts, T Waterboer, A Michel, MB Snijder, W Vermeulen, L Coyer, M Prins, M Schim van der Loeff. A cross-sectional study on the concordance between vaginal HPV DNA detection and type-specific antibodies in a multi-etnic cohort of women from Amsterdam, the Netherlands,- het HELIUS study. BMC Infect Dis 2016;16:502.

Voeding van Amsterdammers met een verschillende afkomst

Het Voedingscentrum adviseert de bevolking over gezonde voeding. Goede voeding is belangrijk voor iemands gezondheid. In HELIUS hebben we onderzocht wat Amsterdammers met een verschillende afkomst eten. Deze kennis kan het Voedingscentrum gebruiken in hun adviezen over gezonde voeding.

In samenwerking met het RIVM, hebben we deze resultaten van HELIUS opgeschreven in een rapport. Dit rapport is aangeboden aan het ministerie van VWS en  het Voedingscentrum.

De hoofdbevindingen zijn:

  1. De voeding van veel Amsterdammers komt niet overeen met de adviezen van het Voedingscentrum. Met name de inname van fruit en groenten is onvoldoende, en vet en suikerhoudende dranken worden juist teveel gebruikt.

  2. Sommige bevolkingsgroepen krijgen minder voedingsvezel, calcium, vitamine A en B1 binnen dan aanbevolen door het Voedingscentrum. Het zou helpen wanneer deze groepen meer volkorenproducten, groente, fruit, zuivelproducten en smeer- en bereidingsvetten zouden gebruiken.  

Het Voedingscentrum heeft deze bevindingen gebruikt in de nieuwe schijf van vijf. De opgedane kennis is in verschillende delen van de website verwerkt, onder andere:

http://www.voedingscentrum.nl/nl/service/vraag-en-antwoord/gezonde-voeding-en-voedingsstoffen/is-de-schijf-van-vijf-voor-iedereen-.aspx

http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2015/Kleine_verschillen_in_eetgewoonten_niet_westerse_en_autochtone_Amsterdammers

Referentie: EJ de Boer, HAM Brants, M Beukers, MC Ocke, L Dekker, M Nicolaou, M Snijder. Voeding van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en autochtone Nederlanders in Amsterdam. RIVM rapport 2015-0099.

 

De behandeling van risicofactoren in patiënten met hart- en vaatziekten

HELIUS deelnemers hebben in de vragenlijst aangegeven of zij eerder hart- en vaatziekten hebben gehad.  Bijvoorbeeld een hartinfarct of een beroerte . Bij deze patiënten is het extra belangrijk om risicofactoren als een hoge bloeddruk, hoog cholesterol, roken, overgewicht en weinig bewegen goed te behandelen. Op deze manier kan worden voorkómen dat deze patiënten opnieuw een hartinfarct of beroerte krijgen.

Uit het HELIUS onderzoek bleek echter dat bij slechts 2% van de patiënten die een hartinfarct of beroerte hadden gehad, álle risicofactoren voldoende werden behandeld. Gemiddeld hadden patiënten 3 risicofactoren die onvoldoende werden behandeld.  Dit was zo in alle onderzochte bevolkingsgroepen.

Dit resultaat geeft aan dat een verbetering van de medische zorg voor patiënten met hart- en vaatziekten nodig is. Dit kan door het verlagen van bloeddruk en cholesterol door medicijnen, en het veranderen van leefgewoonten (niet roken, meer bewegen, gezonder eten).

Referentie: M Minneboo, S Lachman,  MB Snijder,  JT Vehmeijer, HT Jørstad, RJG Peters. Risk factor control in secondary prevention of cardiovascular disease: results from the multi-ethnic HELIUS study. Neth Heart J 2017;25:250-257.

 

Hoeveel mensen bewegen is lastig precies te meten met een vragenlijst

Hoeveel mensen bewegen, is belangrijk voor de gezondheid. In grootschalig gezondheidsonderzoek, zoals het HELIUS onderzoek, wordt de mate van lichamelijk activiteit vaak gemeten met een vragenlijst. Deze vragenlijst bevat vragen als:

  • Hoeveel dagen per week verricht u zwaar huishoudelijk werk (vloer schrobben, met zware boodschappen lopen)?
  • Hoeveel dagen per week loopt u van/naar het werk?

Het is niet gemakkelijk om zulke vragen te beantwoorden, bijvoorbeeld omdat iemand de ene week meer huishoudelijk werk doet dan de andere. Of omdat het moeilijk is te zeggen wat precies zwaar werk is. Dit roept de vraag op of het wel goed mogelijk is om met een vragenlijst als deze goed te meten hoeveel iemand beweegt.

Binnen HELIUS hebben we dit onderzocht onder een kleine groep van 500 mannen en vrouwen die de HELIUS vragenlijst hadden ingevuld.  Zij hebben gedurende 5 dagen een apparaatje op het lichaam gedragen dat zowel de hartslag als beweging meet. De gegevens van deze meting werden vergeleken met de antwoorden op de vragen over lichamelijke activiteit uit de vragenlijst. De overeenkomst tussen beide metingen bleek matig te zijn. Dit was zo voor alle groepen (Nederlandse, Turkse, Marokkaanse, Hindoestaans-Surinaamse en Creools-Surinaamse afkomst). Veel mensen zeiden in de vragenlijst meer te bewegen dan ze werkelijk deden. Dit is belangrijk dit te weten. Want als we met deze gegevens uit de vragenlijst verder onderzoek doen, dan moeten onderzoekers hier rekening mee houden.

Referentie: M Nicolaou, MG Gademan, MB Snijder, RH Engelbert, H Dijkshoorn, CB Terwee, K Stronks. Validation of the SQUASH Physical Activity Questionnaire in a Multi-Ethnic Population: The HELIUS Study. PloS one. 2016;11:e0161066.

 

Vaker diabetes onder mensen met niet-Nederlandse herkomst

Het HELIUS onderzoek laat zien dat diabetes (suikerziekte) veel vaker voorkomt onder mensen met een Turkse, Marokkaanse, Ghanese, Creools-Surinaamse en Hindoestaans-Surinaamse achtergrond dan onder mensen met een Nederlandse achtergrond. Uit eerder onderzoek was al bekend dat met name Hindoestaanse Surinamers veel vaker diabetes hebben dan Nederlanders, maar nu blijkt dat dit óók geldt voor andere etnische minderheidsgroepen. Voor al deze groepen geldt ook dat diabetes al op een veel jóngere leeftijd voorkomt, namelijk al 20 jaar eerder dan onder mensen met een Nederlandse herkomst.

De huidige richtlijnen voor huisartsen geven aan dat de huisarts extra bedacht moet zijn op diabetes vanaf 45 jaar, maar vanaf  35 jaar bij Hindoestaanse patiënten. Echter, deze HELIUS resultaten suggereren dat deze jongere leeftijd mogelijk óók zou moeten gelden voor mensen van Turkse, Marokkaanse, Ghanese en Creoolse herkomst.

Referentie: MB Snijder, K Stronks, RJ Peters, JK Ujcic-Voortman, IGM van Valkengoed. Case finding and medical treatment of type 2 diabetes among different ethnic minority groups. The HELIUS study. J Diab Research 2017;2017:9896849.

 

Ervaren discriminatie en overgewicht

Uit enkele Amerikaanse studies is gebleken dat mensen die meer discriminatie vanwege hun afkomst ervaren, ook vaker overgewicht hebben. Binnen de HELIUS studie hebben we onderzocht of dit ook zo is in Nederland. Wij vonden dit alleen bij Surinaamse vrouwen, en Marokkaanse  en Turkse mannen. Het maakte voor de resultaten niet uit welke maat voor overgewicht we gebruikten: gewicht of buikomvang.  

We weten niet precies waarom in de ene groep discriminatie en overgewicht wel samengaan, en in de andere groep niet. Mogelijk zorgen beschermende factoren, zoals een sterk sociaal netwerk, er in sommige groepen voor dat het ervaren van discriminatie toch geen invloed heeft op het gewicht. Of er zijn verschillen tussen de groepen in het biologische mechanisme (bijvoorbeeld vrijkomen van stress hormonen)  bij het ervaren van discriminatie. Verder onderzoek is belangrijk om dit beter te begrijpen. 

Referentie:. H Schmengler, UZ Ikram, MB Snijder, AE Kunst, C Agyemang. Association of perceived ethnic discrimination with general and abdominal obesity in ethnic minority groups: the HELIUS study. J Epidemiol Community Health 2017;71:453-460.

 

Ervaren etnische discriminatie en depressieve klachten: Wat is de rol van ‘mastery’?

Eerder lieten resultaten van de HELIUS studie zien dat mensen die meer discriminatie wegens hun afkomst ervaren, vaker depressieve klachten hebben (Ikram et al 2015). ‘Mastery‘ is de mate in hoeverre iemand het gevoel heeft controle te hebben over het leven. Uit de resultaten van nieuw HELIUS onderzoek is gebleken dat mensen die méér het gevoel hebben in controle te zijn over hun eigen leven, minder kans hebben om depressieve klachten te hebben als zij discriminatie ervaren. Het onderzoek laat tegelijkertijd zien dat het ervaren van discriminatie iemands gevoel controle te hebben over zijn of haar leven kan aantasten. Een lager gevoel van controle kan er vervolgens toe leiden dat iemand meer depressieve klachten ervaart. Dit onderzoek laat zien hoe complex de wisselwerking tussen maatschappelijke invloeden, psychologische factoren en geestelijke gezondheid is. We hopen de komende jaren meer inzicht in die complexiteit te krijgen, om uiteindelijk aanbevelingen te kunnen doen over hoe de mentale gezondheid van de bevolking te bevorderen.

Referentie: A Slotman, MB Snijder, UZ Ikram, AH Schene AH, GW Stevens. The role of mastery in the relationship between perceived ethnic discrimination and depression: the HELIUS study. Cultur Divers Ethnic Minor Psychol 2017;23:200-208.

 

Centrale bloeddruk en weerkaatsing van de bloeddrukgolf

Het is algemeen bekend dat een hoge bloeddruk het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Normaal wordt de bloeddruk in de bovenarm gemeten. Echter, de bloeddruk is niet overal in het lichaam gelijk. De bloeddruk in de bovenarm kan dus verschillen met de bloeddruk op een andere plek in het lichaam. De bloeddruk gemeten bij het hart, ofwel de centrale bloeddruk, wordt doorgaans niet in de huisartsenpraktijk gemeten, maar is mogelijk een betere voorspeller voor hart- en vaatziekten dan de bloeddruk gemeten aan de bovenarm.

De oorzaak van verschillen in bloeddruk op verschillende plekken in het lichaam is de weerkaatsing van de bloeddrukgolf. Met elke hartslag wordt er bloed het lichaam ingepompt die een bloeddrukgolf veroorzaakt, en deze bloeddrukgolf wordt door de vaten weerkaatst (vergelijkbaar met een watergolf die wordt weerkaatst tegen de waterkant). Een toegenomen weerkaatsing van de bloeddrukgolf gaat ook gepaard met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, maar hangt ook samen met een korte lichaamslengte.

Met de huidige technieken is het mogelijk om met behulp van een band om de bovenarm zowel de bloeddruk bij het hart als de weerkaatsing van de bloeddrukgolf te meten. Dit hebben wij in het HELIUS onderzoek gedaan. Wij  vonden dat de centrale bloeddruk het hoogst was bij de Ghanese deelnemers. De bloeddrukgolf weerkaatsing was het hoogst bij de Hindoestaans-Surinaamse deelnemers; maar dit kwam vooral door hun kortere lichaamslengte.

We weten dat hart- en vaatziekten vaker voorkomen onder etnische minderheidsgroepen. Dit onderzoek laat zien dat dit mogelijk komt doordat zij een hogere centrale bloeddruk en kortere lichaamslengte hebben.

Referentie: D Eeftinck Schattenkerk, J van Gorp, MB Snijder, AH Zwinderman, CO Agyemang, RJG Peters, BJH vd Born. Ethnic differences in arterial wave reflection are mostly explained by differences in body height - cross-sectional analysis of the HELIUS study. PLoS One 2016;11:e0160243.

 

Het vóórkomen van het Humaan papillomavirus (HPV)

Baarmoederhalskanker wordt door humaan papillomavirus (HPV) veroorzaakt. De overgrote meerderheid (80%) van vrouwen (en mannen) raakt via seksueel contact ooit besmet met dit virus. Het afweersysteem ruimt het virus bijna altijd zelf op, maar soms helaas niet. In Nederland wordt baarmoederhalskanker vaker gevonden onder vrouwen met een niet-Nederlandse afkomst. Daarom verwachten we dit virus vaker aan te treffen bij vrouwen van niet-Nederlandse afkomst dan bij vrouwen van Nederlandse afkomst. We hebben dit onderzocht in het HELIUS onderzoek. Vrouwen leverden een zelf-afgenomen vaginaal monster waarin HPV werd gemeten.

In tegenstelling tot wat we verwachtten, bleek dat HPV juist het meest voorkwam bij vrouwen met een Nederlandse afkomst en het minst voorkwam bij vrouwen met een Hindoestaans-Surinaamse afkomst. Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat baarmoederhalskanker vaker voorkomt in vrouwen met een niet-Nederlandse afkomst doordat ze vaker besmet zijn met HPV. Verder onderzoek is daarom nodig om de oorzaken van verschillen in baarmoederhalskanker tussen groepen vrouwen van verschillende afkomst in Nederland te verklaren. Verschil in deelname aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker zou zo’n mogelijke verklaring kunnen zijn.

Referentie: CJ Alberts, RA Vos, H Borgdorff, W Vermeulen, J van Bergen, SM Bruisten, SE Geerlings, MB Snijder, R van Houdt, SA Morré, H de Vries, JH van de Wijgert, M Prins, MF Schim van der Loeff. Vaginal high-risk human papillomavirus infection in a cross-sectional study among women of six different ethnicities in Amsterdam, the Netherlands: the HELIUS study. Sex Transm Infect 2016;92:611-18.

 

Kort slapen en elasticiteit van iemands bloedvaten

In eerder onderzoek vonden we dat deelnemers van niet-Nederlandse afkomst vaker kort slapen dan Nederlandse deelnemers (Anujuo et al 2014). Kort slapen betekent minder dan 7 uur per nacht. Mensen die korter slapen hebben over het algemeen vaker overgewicht, diabetes (suikerziekte), hypertensie (hoge bloeddruk) en een verhoogd cholesterol (Anujuo et al 2015). Dit zijn allemaal risicofactoren voor hart- en vaatziekten.Nu hebben we binnen HELIUS onderzocht of kort slapen ook samenhangt met de elasticiteit van iemands bloedvaten. Een verminderde elasticiteit van de wanden van de bloedvaten is mogelijk een belangrijke schakel in het ontstaan van hart- en vaatziekten. Maar, in tegenstelling tot onze verwachting, vonden wij in HELIUS geen aanwijzingen dat kort slapen samenhangt met verminderde elasticiteit van de vaten. Dit onderzoek heeft ons daarom helaas niet meer inzicht gegeven in of mensen die kort slapen als gevolg daarvan een hogere kans hebben om hart- en vaatziekten te krijgen.

Referentie: K Anujuo, K Stronks, MB Snijder, JL Girardin, BJ van den Born, RJ Peters, CO Agyemang. Relationship between sleep duration and arterial stiffness in a multi-ethnic population: the HELIUS study. Chronobiol Int 2016;33:543-52.

 

Hoge bloeddruk bij mensen met diabetes

Mensen die diabetes (suikerziekte) hebben, hebben vaak ook een verhoogde bloeddruk, zo blijkt uit onderzoek onder de Nederlandse bevolking. Wij hebben onderzocht of dit ook zo is bij deelnemers van niet-Nederlandse afkomst. Ook hebben we onderzocht of bij diabetespatiënten uit deze bevolkingsgroepen het goed lukt de hoge bloeddruk te verlagen als zij hiervoor medicijnen krijgen. Vooral diabetespatiënten van Creools-Surinaamse en Ghanese afkomst bleken vaak ook een hoge bloeddruk te hebben (ruim 80%). Vaker dan diabetespatiënten met een Nederlandse achtergrond (70%). Ondanks dat al deze patiënten even vaak hiervoor bloeddrukmedicijnen krijgen als het nodig is, bleek de bloeddruk bij veel patiënten toch nog verhoogd, met name onder de deelnemers met een niet-Nederlandse afkomst. Zo bleek dat van degenen die medicijnen tegen hoge bloeddruk gebruikten, slechts 37% van de Creoolse Surinamers en 29% van de Ghanezen daadwerkelijk een goede bloeddruk heeft. In mensen met een Nederlandse afkomst was dat hoger, namelijk 51%.

In vervolgonderzoek moet worden nagegaan wat de redenen zijn waarom het vaak niet lukt om de hoge bloeddruk omlaag te krijgen onder diabetes patiënten van niet-Nederlandse afkomst. Die kennis is nodig om de gezondheidszorg voor alle bevolkingsgroepen te verbeteren.

Referentie: FF Fernald, BJH van den Born, MB Snijder, LM Brewster, RJ Peters, C Agyemang. Hypertension awareness, treatment and control among diabetic and non-diabetic individuals in a multi-ethnic population in the Netherlands. The HELIUS study. J Hypertens 2016;34:539-47.

 

Ervaren discriminatie en het metabool syndroom

Een grote buikomtrek, een verhoogd bloedsuiker, een verhoogde bloeddruk en verhoogde vetten in het bloed (cholesterol) verhogen de kans dat iemand hart- en vaatziekten ontwikkelt. Als iemand meerdere van deze risicofactoren tegelijkertijd heeft, wordt dit ook wel ‘metabool syndroom’ genoemd.  In de HELIUS studie kwam het metabool syndroom voor bij ruim 30% van de Amsterdammers met een Creoolse, Ghanese en Marokkaanse afkomst,  en bij ruim 40% onder Amsterdammers van Hindoestaanse en Turkse afkomst.  Stress is een mogelijke oorzaak van het metabool syndroom. Stress kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer iemand discriminatie ervaart.  Wij vonden inderdaad dat Amsterdammers van Hindoestaanse, Creoolse en Marokkaanse afkomst die discriminatie ervaren ook vaker aan het metabool syndroom lijden. Onder de Amsterdammers van Turkse en Ghanese afkomst werd deze relatie echter niet gevonden. 

Referentie: UZ Ikram, MB Snijder, C Agyemang, AH Schene, RJ Peters, K Stronks, AE Kunst. Perceived ethnic discrimination and the metabolic syndrome in ethnic minority groups: the Healthy Life in an Urban Setting study. Psychosom Med 2017;79:101-11.

 

De voeding van Hindoestaanse Surinamers

Voeding is van grote invloed op de gezondheid. In HELIUS onderzoeken we de voedingsgewoonten van verschillende bevolkingsgroepen, om zo voorlichting ‘op maat’ te kunnen ontwikkelen. In een eerdere studie van Sturkenboom et al. vonden we dat mensen van Surinaamse afkomst over het algemeen een “Surinaams” eetpatroon  behouden, ook als men al lang in Nederland woont of zich Nederlands voelt.

In een vervolgonderzoek hebben we binnen de Surinaamse bevolking specifieker gekeken naar de voeding van Hindoestaanse Surinamers. We vonden dat voedingsmiddelen die kenmerkend zijn voor de Hindoestaanse keuken (zoals rijst, roti en kip) in deze bevolkingsgroep nog veel worden gegeten, ook door degenen die al een lange tijd in Nederland wonen. Maar, tweede generatie migranten (kinderen van migranten, in Nederland geboren) en degenen die meer de Nederlandse cultuur hebben overgenomen eten wel meer basisvoedingsmiddelen die niet “Surinaams” zijn, zoals aardappelen en pasta.

Dit onderzoek laat opnieuw zien dat voedingsmiddelen die in de Surinaamse keuken veel gebruikt worden, nog steeds belangrijk zijn in het dagelijkse eetpatroon van Amsterdammers van Surinaamse afkomst.  De voorlichting die in Nederland over gezonde voeding gegeven wordt, moet daarmee rekening houden.

Referentie: Raza Q, Nicolaou M, Snijder MB, Stronks K, Seidell JC. Dietary acculturation among the South-Asian Surinamese population in the Netherlands: the HELIUS study. Public Health Nutr 2016;28:1-10.

 

Wat kan depressieve klachten door discriminatie voorkomen?

Eerder hebben wij binnen de HELIUS studie al aangetoond dat groepen van niet-Nederlandse herkomst meer depressieve klachten hebben, en dat dit deels samenhangt met het ervaren van discriminatie (UZ Ikram, et al. 2015). Maar niet iedereen die gediscrimineerd wordt krijgt depressieve klachten. Of je die klachten krijgt is afhankelijk van een aantal omstandigheden. Wij vonden bij mensen:

  • die zich sterk verbonden voelen met anderen uit het land waar zij vandaan kwamen (met een sterke etnische identiteit),
  • met een uitgebreid sociaal netwerk bestaande uit vooral mensen met dezelfde etnische identiteit, of
  • die religieus zijn,

dat de samenhang tussen discriminatie en depressieve klachten minder sterk is. Oftewel, deze mensen hebben minder kans om depressieve klachten te krijgen als zij worden gediscrimineerd dan mensen die een minder uitgebreid sociaal netwerk hebben. Je zou kunnen zeggen dat deze omstandigheden mensen helpen om om te gaan met discriminatie. Bijvoorbeeld doordat iemand met vrienden kan praten over wat hij of zij heeft meegemaakt. Wij vonden ook dat de samenhang tussen discriminatie en depressieve klachten verschilde per etnische groep. Dit wijst erop dat de verschillende groepen van niet-Nederlandse achtergrond anders omgaan met hun ervaringen met discriminatie.

Referentie: UZ Ikram, MB Snijder, MAS de Wit, AH Schene, K Stronks, AE Kunst. Perceived ethnic discrimination and depressive symptoms: the buffering effects of ethnic identity, religion and ethnic social network. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol 2016;51:679-88.

 

Diabetes bij mensen met een Afrikaanse achtergrond

Type 2 diabetes (suikerziekte) komt meer voor bij met een Afrikaanse achtergrond. Uit het HELIUS onderzoek blijkt dat zowel Ghanezen als Creoolse  Surinamers vaker diabetes hebben dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Als we de Afrikaanse groepen onderling vergelijken, dan zien we dat Ghanese mannen meer diabetes hebben dan Creools-Surinaamse mannen. Overgewicht en obesitas (ernstig overgewicht) zijn belangrijke oorzaken van type 2 diabetes. HELIUS heeft onderzocht of de verschillen in diabetes tussen Nederlandse, Creools-Surinaamse en Ghanese deelnemers verklaard kunnen worden door verschillen in gewicht tussen de groepen. Dit bleek echter maar een klein deel van de verschillen in diabetes tussen de groepen te verklaren. Er moet daarom een andere verklaring zijn voor het hoge voorkomen van diabetes bij Afrikaanse groepen en met name Ghanese mannen. Meer onderzoek is nodig naar de exacte oorzaken, zoals de bijdrage van voeding en beweging. Ondertussen moeten huisartsen erop bedacht zijn dat Afrikaanse groepen in Amsterdam een grotere kans hebben om diabetes te hebben.

Referentie: KAC Meeks, K Stronks, EJAJ Beune, A Adeyemo, P Henneman, MMAM Mannens, M Nicolaou, RJG Peters, CN Rotimi, MB Snijder, C Agyemang. Prevalence of type 2 diabetes and its association with measures of body composition among African residents in the Netherlands – The HELIUS study. Diabetes Res Clin Pract 2015;110:137-46.

 

Chronisch nierfalen komt vaker voor bij mensen van niet-Nederlandse achtergrond

Uit de HELIUS studie blijkt dat chronisch nierfalen vaker voorkomt bij deelnemers van niet-Nederlandse achtergrond. Chronisch nierfalen betekent dat de nieren minder goed werken: het bloed wordt minder goed gezuiverd en er lekken eiwitten uit het bloed in de urine. Chronisch nierfalen kan op lange termijn leiden tot gezondheidsproblemen zoals hart- en vaatziekten. De uitkomst van dit onderzoek wijst op de noodzaak om bij minderheidsgroepen meer bedacht te zijn op de aanwezigheid van chronisch nierfalen. In de huisartspraktijk moet in deze bevolkingsgroepen mogelijk eerder en vaker hierop gescreend worden. In vervolgonderzoek zal worden gekeken wat de oorzaak is van deze verschillen in nierfalen tussen groepen. Ook zal onderzocht worden in hoeverre het verhoogde risico op hart- en vaatziekten in een aantal minderheidsgroepen  mogelijk veroorzaakt wordt doordat nierfalen meer voorkomt.

Referentie: C Agyemang, ‎MB Snijder, D Nana Adjei, BJH van den Born, JJ Ujcic-Voortman, P Modestie, RJG Peters, K Stronks, L Vogt. Ethnic Disparities in CKD in the Netherlands – The Healthy Life in an Urban Setting (HELIUS) study. Am J Kidney Dis 2015;15;1054-9.

 

Werkomstandigheden en mentale gezondheid

Sommige bevolkingsgroepen hebben meer last van mentale problemen, zoals depressieve klachten, dan andere. Ongunstige omstandigheden op het werk, zoals het werk niet kunnen onderbreken als dat nodig is, of niet zelf kunnen beslissen wanneer een vrije dag wordt opgenomen, zouden hierbij een rol kunnen spelen.

Onder de werkende populatie in HELIUS bleken Turkse, Marokkaanse en Hindoestaans-Surinaamse deelnemers vaker mentale problemen te hebben dan Ghanese, Creools-Surinaamse en Nederlandse deelnemers. Dit bleek inderdaad samen te hangen met het hebben van onvoldoende mogelijkheden om tijdens en na het werk te herstellen van de inspanningen.

Referentie: K Nieuwenhuijsen, AH Schene, K Stronks, MB Snijder, MHW Frings-Dresen, JK Sluiter. Do unfavourable working conditions explain mental health inequalities between ethnic groups? a cross-sectional mediation analysis. BMC Public Health 2015;15:805.

 

Kort slapen gaat samen met meer risicofactoren voor hart- en vaatziekten

In eerder HELIUS onderzoek vonden we dat deelnemers mensen van niet-Nederlandse afkomst vaker kort slapen (minder dan 7 uur per nacht) dan Nederlandse deelnemers. Nu hebben we gevonden dat mensen die kort slapen over het algemeen vaker overgewicht, diabetes (suikerziekte), hypertensie (hoge bloeddruk) en een te hoog cholesterol hebben. Dit zijn allemaal risicofactoren voor hart- en vaatziekten.

Het verschilt echter wel per bevolkingsgroep welke risicofactor meer voorkomt bij kort slapen: bijvoorbeeld, bij Nederlandse deelnemers die kort slapen komt met name meer overgewicht voor, terwijl bij Turkse deelnemers die minder dan 7 uur per nacht slapen zowel overgewicht als diabetes en hypertensie meer voorkomen. Onder Ghanese deelnemers bleek kort slapen, tegen onze verwachting in, niet samen te gaan met meer risicofactoren. Mogelijk kunnen sommige bevolkingsgroepen beter omgaan met korte slaap dan andere.

Referentie: K Anujuo, K Stronks, MB Snijder, G Jean-Louis, F Rutters, BJ van den Born, RJ Peters, C Agyemang. Relationship between short sleep duration and cardiovascular risk factors in a multi-ethnic cohort – the HELIUS study. Sleep Med 2015;16:1482-8.

 

Longziekten en depressieve klachten

Mensen met een longziekte (astma, COPD) hebben een hogere kans op het krijgen van een depressie, bijvoorbeeld doordat zij minder kunnen werken of minder makkelijk leuke activiteiten kunnen doen. In sommige bevolkingsgroepen gaat men anders om met het hebben van een ziekte dan in andere. Er is bijvoorbeeld meer of minder begrip voor mensen met een ziekte. Wij hebben daarom onderzocht of patiënten met een longziekte in sommige bevolkingsgroepen vaker  depressieve klachten hebben dan in andere. In ons onderzoek bleek dat niet het geval. Iedereen met een longziekte had meer depressieve klachten dan mensen zonder een longziekte, ongeacht iemands afkomst. Dat neemt niet weg dat alle mensen met een niet-Nederlandse achtergrond, met of zonder longziekte, meer depressieve klachten hadden dan mensen van autochtone afkomst. Aan longartsen wordt geadviseerd om actief op te letten of patiënten mogelijk een depressie hebben.

Referentie: W Perini, MB Snijder, AH Schene, AE Kunst. Prevalence of depressive symptoms among patients with a chronic nonspecific lung disease in five ethnic minority groups. Gen Hosp Psychiatry 2015;37:513-7.

 

Spieren en diabetes

Het vóórkomen van diabetes (suikerziekte) verschilt tussen groepen met een verschillende herkomst. Zo heeft ‘maar’ 3,7% van de Nederlandse HELIUS deelnemers diabetes, terwijl de ziekte veel meer voorkomt bij bijvoorbeeld  Hindoestaans-Surinaamse deelnemers (19,5%). Handknijpkracht is een maat voor de spierfunctie en spiermassa en veroorzaakt mogelijk deels deze verschillen in diabetes. Wij vonden in HELIUS inderdaad dat de maximale handknijpkracht het hoogst was bij de Nederlandse en het laagst bij de Hindoestaans-Surinaamse deelnemers. Ook bleek dat bij mensen met een lage handknijpkracht veel vaker diabetes werd gevonden dan bij mensen met een hoge handknijpkracht. Echter, het verband tussen handknijpkracht en diabetes was niet sterk genoeg om de grote verschillen in diabetes tussen groepen met een verschillende herkomst te kunnen verklaren. Dit moedigt ons aan om verder onderzoek te doen naar de oorzaak van  het extreem vaak voorkomen van diabetes in bijvoorbeeld de Hindoestaans-Surinaamse bevolking in Nederland.

Referentie: A van der Kooi, MB Snijder, RJG Peters, I van Valkengoed. The association of handgrip strength and type 2 diabetes mellitus in six ethnic groups: an analysis of the HELIUS study. PLOS ONE 2015;10:e0137739.

 

Welke voedingspatronen hangen samen met een hoger risico op diabetes?

Ongezonde voeding is een belangrijke risicofactor voor een aantal chronische ziekten, zoals hart- en vaatziekten en diabetes (suikerziekte). In HELIUS is onderzocht welke voedingspatronen samenhangen met diabetes in mensen met een verschillende achtergrond. Een ‘klassiek’ Westers voedingspatroon bestaat uit hoge inneming van rood vlees en snacks, en een lage inneming van voedingsvezels (volkoren producten). Dit voedingspatroon bleek bij mensen met een Nederlandse achtergrond samen te hangen met een verhoogde bloedsuikerspiegel (een indicator van het risico op diabetes). Deze samenhang was echter minder duidelijk zichtbaar bij deelnemers van Surinaamse, Turkse of Marokkaanse afkomst. Binnen die groepen bleken andere, deels etnisch specifieke voedingsmiddelen, bijvoorbeeld roti bij Hindoestanen en couscous bij Marokkanen, ook een rol te spelen in het risico op diabetes. Het hoge diabetes risico bij mensen met een niet-Nederlandse afkomst is niet terug te voeren op het eten van een ‘klassieke’ Westers voedingspatroon.

Referentie: LH Dekker, RM van Dam, MB Snijder, RJG Peters, JM Dekker, JHM de Vries, EJ de Boer, MB Schulze, K Stronks, M Nicolaou. Comparable dietary patterns describe dietary behavior across ethnic groups, but different elements in the diet are associated with HbA1c and fasting glucose concentrations. J Nutr 2015;145:1884-91.

 

Sociaaleconomische status speelt geen rol bij het voedingspatroon van Surinamers

Het is bekend dat mensen met een hoge sociaaleconomische status over het algemeen gezonder eten dan mensen met een lage sociaaleconomische status. Eerder hadden we in HELIUS al gevonden dat mensen met een Surinaamse achtergrond een ander voedingspatroon hebben dan mensen met een Nederlandse achtergrond (zie Sturkenboom et al 2015). Nu hebben we onderzocht of deze verschillen in voedingspatronen misschien veroorzaakt worden door verschillen in sociaaleconomische status tussen Surinamers en Nederlanders. Dit bleek niet het geval. Mensen van Nederlandse afkomst aten zoals verwacht meer fruit en groenten en minder rood vlees en snacks  naarmate de sociaaleconomische status hoger was. Echter, sociaaleconomische status leek minder een rol te spelen in het voedingspatroon van mensen van Surinaamse afkomst. Ongeacht sociaaleconomische status bleven Surinamers sterk vasthouden aan een ‘Surinaams’ voedingspatroon dat zich kenmerkt door hoge inname van rijst- en bami gerechten, kip, vis, maar ook frisdrank. Het leek er wel op dat Surinamers meer fruit en groenten aten naarmate de sociaaleconomische status hoger was.

Referentie: LH Dekker, M Nicolaou, RM van Dam,  JHM de Vries, EJ de Boer, HAM Brants, MH Beukers, MB Snijder, K Stronks. Socio-economic status and ethnicity are independently associated with dietary patterns: the HELIUS-Dietary Patterns study. Food Nutr Res 2015;59:26317.

 

Verminderde elasticiteit van de vaatwanden

Naarmate men ouder wordt worden de vaatwanden minder soepel, oftewel minder elastisch. Er wordt gedacht dat deze verminderde elasticiteit van de vaatwanden een belangrijk mechanisme is waardoor hart- en vaatziekten ontstaan. In HELIUS vonden we dat Ghanese, Creools-Surinaamse en Hindoestaans-Surinaamse deelnemers, groepen waarin hart- en vaatziekten meer voorkomen, inderdaad minder soepele vaten lijken te hebben dan de Nederlandse deelnemers. Deze verminderde elasticiteit in de vaatwanden ten opzichte van de Nederlanders komt vooral naar voren op een leeftijd boven de 35 jaar en lijkt grotendeels veroorzaakt te worden doordat in deze groepen meer hoge bloeddruk voorkomt. Deze studie ondersteunt het vermoeden dat het grotere risico op hart- en vaatziekten in sommige etnische groepen mogelijk loopt via het verstijven van de bloedvaten.

Referentie: MB Snijder, K Stronks, C Agyemang, WB Busschers, RJ Peters, BJ van den Born. Ethnic differences in arterial stiffness. The HELIUS study. Int J Cardiol 2015;191:28-33.

 

Verschilt de voeding tussen mensen met een Surinaamse en een Nederlandse achtergrond?

Voeding is van grote invloed op de gezondheid. Daarom is binnen HELIUS onderzocht of er verschillen zijn in de voeding tussen mensen met een Surinaamse en een Nederlandse achtergrond. Ook is onderzocht  of de voeding van de Surinamers meer lijkt op die van de Nederlanders naarmate zij langer in Nederland wonen of zich meer Nederlands voelen. Uit het onderzoek komt dat mensen met een Nederlandse achtergrond een voedingspatroon hebben waar veel pasta, rood vlees en snacks in voorkomen. Mensen met een Surinaamse achtergrond hebben een heel ander voedingspatroon. Dit patroon kenmerkt zich door veel rijst- en noodlegerechten, kip, vis, maar ook frisdrank. Men  zou verwachten dat Surinamers die al langer in Nederland wonen en zich meer Nederlands voelen, ook meer zoals de Nederlanders zijn gaan eten, maar dit was niet het geval. Uit het onderzoek blijkt dat mensen van Surinaamse afkomst over het algemeen genomen hun “Surinaamse” eetpatroon behouden.

Referentie: SM Sturkenboom, LH Dekker, M Lamkaddem, LA Schaap, JH de Vries, K Stronks, M Nicolaou. Acculturation and dietary patterns among residents of Surinamese origin in the Netherlands: the HELIUS dietary pattern study. Public Health Nutr 2015;21:1-11.

 

Hoge bloeddruk: bewustzijn en behandeling

Niet iedereen met een hoge bloeddruk is zich ervan bewust dat zijn bloeddruk te hoog is, waardoor deze ook niet behandeld wordt. Als de hoge bloeddruk wel wordt behandeld, lukt het niet altijd om de bloeddruk te verlagen. Ruim 10 jaar geleden vonden we in de SUNSET studie dat hoge bloeddruk meer voorkwam onder Surinaamse deelnemers dan in Nederlandse deelnemers. Daarnaast bleek dat Surinamers zich minder vaak bewust waren van deze hoge bloeddruk en dat deze minder vaak effectief behandeld werd dan in Nederlanders. Uit recent HELIUS onderzoek is nu gebleken dat hoge bloeddruk in alle onderzochte niet-Nederlandse  groepen (Marokkanen, Turken, Ghanezen, Surinamers) meer voorkomt dan onder de Nederlandse deelnemers. Ten opzichte van 10 jaar geleden is men zich nu echter vaker bewust van de hoge bloeddruk en wordt deze ook beter behandeld.  De niet-Nederlandse groepen zijn zich zelfs vaker bewust van het feit dat zij een hoge bloeddruk hebben dan de Nederlanders en krijgen ook vaker bloeddruk medicatie. Desondanks lukt het minder goed dan in de Nederlanders om de bloeddruk onder controle te krijgen. Verder onderzoek is nodig om uit te zoeken waar dit aan ligt.

Referentie: C Agyemang, S Kieft, MB Snijder, E Beune, BJ vd Born, LM Brewster, J Ujcic, N Bindraban, G van Montfrans, RJ Peters, K Stronks. Hypertension control in a large multi-ethnic cohort in Amsterdam, the Netherlands: The HELIUS study. Int J Cardiol 2015;183:180-9.

 

Gebruik van gezondheidszorg in land van herkomst

Naast de Nederlandse zorg, maken Nederlanders van niet-Westerse afkomst ook gebruik van de zorg in het land van herkomst. Uit HELIUS blijkt dat zorggebruik in het land van herkomst varieert per herkomstgroep:  4% van de Surinaamse groep tot 21% van de Turkse groep heeft afgelopen jaar gebruik gemaakt van zorg in het land van herkomst. De belangrijkste motieven voor zorggebruik zijn: nieuw ontstane klachten of verergering van bestaande klachten, ontevredenheid met de zorg in Nederland en/of een second opinion. De Turkse groep valt ten opzichte van de andere herkomstgroepen op door hogere percentages voor de motieven ontevredenheid met de zorg in Nederland (19%) en second opinion (19%). Tot slot blijkt in meer dan 50% van alle gevallen dat eerst een Nederlandse arts wordt geraadpleegd voor dezelfde klacht(en). Vervolgonderzoek is nodig naar de verklaring van de motieven in de Turkse groep, en naar de gevolgen van zorggebruik in het land van herkomst op de gezondheid en zorggebruik in Nederland.

Referentie: A Şekercan, M Lamkaddem, MB Snijder, RJ Peters, ML Essink-Bot. Healthcare consumption by ethnic minority people in their country of origin. Eur J Public Health 2015;25:384-90.

 

Ervaren discriminatie en depressieve klachten

De HELIUS studie laat zien dat depressieve klachten het meest voorkomen bij Turkse en Hindoestaans-Surinaamse deelnemers (namelijk 24% en 19%), en het minst bij autochtone Nederlandse deelnemers (6%). Creools-Surinaamse en Ghanese Amsterdammers zitten er tussenin. Dat groepen van niet-Nederlandse herkomst meer depressieve klachten hebben, hangt deels samen met het ervaren van discriminatie. Onze studie wijst erop dat het aantal mensen dat depressieve klachten heeft met ongeveer een kwart zou kunnen afnemen, als men geen discriminatie zou ervaren. Deze studie moedigt ons aan om meer onderzoek te doen naar de impact van ervaren discriminatie op gezondheid.

Referentie: UZ Ikram, MB Snijder, TJL Fassaert, AH Schene, AE Kunst, K Stronks. The contribution of perceived ethnic discrimination to the prevalence of depression. Eur J Public Health 2015;25:243-8.

 

Verschillen in het aantal uren slaap

Uit eerder onderzoek is gebleken dat het aantal uren dat men per nacht slaapt van invloed is op de gezondheid. Zo hebben mensen die korter slapen mogelijk een hogere kans om hart- en vaatziekten te ontwikkelen. Daarom is het slaappatroon van deelnemers van het HELIUS onderzoek bestudeerd. Deelnemers van niet-Nederlandse afkomst rapporteren 2 tot 3 keer zo vaak als autochtone Nederlanders dat zij gemiddeld minder dan 7 uur per nacht slapen. Zo slaapt 15 % van de Nederlandse mannen korter dan 7 uur per nacht, ten opzichte van 29% tot 50% van de mannen met een niet-Nederlandse achtergrond. Voor vrouwen werden vergelijkbare verschillen gevonden. Deze resultaten geven aanleiding om verder onderzoek te doen naar de rol van slaap in het ontstaan van gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen.

Referentie: K Anujuo, K Stronks, MB Snijder, G Jean-Louis, G Ogedegbe, C Agyemang. Ethnic differences in self-reported sleep duration in the Netherlands - The HELIUS study. Sleep Med 2014;15:1115-21.

 

Hoger risico op het ontwikkelen van hypertensie in mensen met Surinaamse achtergrond

Een deel van de Nederlandse en Surinaamse deelnemers van het HELIUS onderzoek heeft zo’n 10 jaar geleden ook al mee gedaan aan een gezondheidsonderzoek (de SUNSET studie). De gegevens uit de SUNSET studie zijn gecombineerd met recente metingen van het HELIUS onderzoek. Hieruit is gebleken dat mensen met overgewicht, en mensen die sneller toenemen in gewicht, gedurende 10 jaar vaker hypertensie (te hoge bloeddruk) ontwikkelen dan mensen zonder overgewicht, of die minder toenemen in gewicht. Daarnaast werd gevonden dat mensen met een Surinaamse achtergrond die 10 jaar geleden een normale bloeddruk hadden, 10 jaar later twee- tot driemaal zo vaak hypertensie bleken te hebben dan Nederlandse deelnemers. Dit kwam echter maar voor een klein deel door verschillen in overgewicht of gewichtstoename tussen de groepen. Deze resultaten zullen naar zorgverleners worden gecommuniceerd. Mogelijk moet zorg ter preventie van hypertensie onder Surinaamse Nederlanders hierop aangepast worden.

Referentie: LR Grootveld, IGM van Valkengoed, RJH Peters, J Ujcic-Voortman, LM Brewster, K Stronks, MB Snijder. The role of body weight, fat distribution and weight change in ethnic differences in the 9-year incidence of hypertension. J Hypertension 2014;32:990-6.

 

Pre-diabetes geeft hoger risico op diabetes bij mensen met Surinaamse achtergrond

Een deel van de deelnemers van het HELIUS onderzoek heeft zo’n 10 jaar geleden ook al mee gedaan aan een gezondheidsonderzoek  (de SUNSET studie). De gegevens uit de SUNSET studie  zijn gecombineerd met  recente metingen van het HELIUS onderzoek.  Hieruit is gebleken dat Hindoestaans-Surinaamse deelnemers die 10 jaar geleden al iets verhoogde bloedsuikerwaarden hadden (zogenaamde pre-diabetes, een mogelijk voorstadium van diabetes), zo’n 10 jaar later vijf- tot zesmaal zo vaak diabetes bleken te hebben dan Nederlandse deelnemers met pre-diabetes. Bij Creools-Surinaamse deelnemers met pre-diabetes was dat risico tweemaal zo hoog dan bij Nederlandse deelnemers. Dit was zelfs  het geval wanneer rekening gehouden werd met verschillen in leeftijd, geslacht en overgewicht tussen deze groepen. Deze resultaten zullen we naar zorgverleners communiceren. Mogelijk moet de zorg ter preventie van diabetes onder Surinaamse Nederlanders hierop aangepast  worden.

Referentie: WM Admiraal, F Holleman, MB Snijder, RJH Peters, LM Brewster, JBL Hoekstra, K Stronks, IGM van Valkengoed. Ethnic disparities in the association between impaired fasting glucose and the 10-year cumulative incidence of type 2 diabetes. Diabetes Res Clin Pract 2014;103:127-32.

 

Een overzicht van alle HELIUS publicaties vindt u hier.

 

« vorige pagina.

HELIUS TV

Heeft u een vraag?

Wij beantwoorden hem graag